Categorie: Lunch

Bloemkoolsoep met miso & paddenstoelen

Bloemkoolsoep

Het komt er niet erg van de laatste weken: overdag koken zodat er nog enige kans is op een behoorlijke foto.
De redenen daarvoor zijn alleen maar heel ontzettend leuk, dus klagen is volstrekt niet nodig.

Thuis werken heeft nogal wat voordelen: zo kan je bijvoorbeeld lekker soep maken voor de lunch. Ik gebruikte nu bloemkool, en deed er miso EN paddenstoelen bij voor heel veel umami.

Ingrediënten

beetje ghee (of kokosolie)
2 witte uien, gesnipperd
1/2 spaanse peper
2 teentjes knoflook, fijngesneden
1 flinke bloemkool, in roosjes
sap van 1 sinaasappel (kun je ook weglaten)
+/- 1  1/2 liter groentenbouillon
2 eetlepels witte misopasta (toko)
zout en peper

+/- 250 gram paddenstoelen naar keuze, fijngesneden
rasp van 1 citroen
optioneel: platte peterselie

Bereiding

  1. Fruit de ui met de peper in een pan met dikke bodem in wat ghee, en voeg er na een paar minuten de knoflook aan toe. Doe daarna de bloemkool erbij en bak even mee. Blus af met de bouillon en eventueel het sinaasappelsap.
  2. Laat koken tot de bloemkool écht goed zacht is, minimaal een half uur. Ik doe het altijd te snel – ongeduldig – en dan blijft het een beetje korrelig.
  3. Bak ondertussen de paddenstoelen in een gloeiendhete pan met dikke bodem in maar een piepklein beetje ghee. Breng pas op het laatst op smaak met citroenrasp, zout en peper.
  4. Voeg de miso toe en pureer de soep met een staafmixer of blender mooi glad en proef of ie op smaak is. Serveer met een schepje paddenstoelen en misschien nog wat platte peterselie.

Dieren eten en wortelsoep met karwij en ricotta

Afgelopen stond ik met Em op VegFest, om de vegan producten Dee’s daar te laten proeven.
Leuk, vooral omdat we dan toch een soort van kunnen koken samen.

Wortelsoep

Die vegan events zijn bij uitstek een gelegenheid om mijn eigen vleeseten (niet mijn eigen vlees eten, begrijp me niet verkeerd) te heroverwegen. Zeker toen er een cameraploeg voorbijkwam van de VARA, en we werden bevraagd door Tim den Besten (die van Quinoakutten). Hij vertelde dat hij zich bezwaard voelt omdat hij van dieren houdt, maar ze óók opeet. Vond hij hyprocriet, en dat is precies het gevoel dat ik vaak heb over het feit dat ik vlees eet.

Toen ik 5 was werd ik vegetariër, nadat mijn vader heel eerlijk had geantwoord op mijn vraag waar de varkens in een passerende vrachtwagen heen gingen. Dat hield ik vol tot ongeveer mijn vijftiende: zonder knakworstjes en met de super vieze groenteburgers van die tijd. Na een paar jaar bijna niets gegeten te hebben doordat ik ziek was, ging ik over op vegan eten. Dat was voor mij toen een ontzettend goede manier om weer langzaam aan eten te wennen, zeker ook omdat ik dierlijke producten fysiek simpelweg niet kon verteren. Zegt wel wat volgens mij.

Nu eet ik weer regelmatig vlees, maar vind ik ondertussen dat al die mensen op VegFest een veel sterker punt hebben dan ik. Leuk hoor, dat ik vrijwel alleen maar biologisch vlees eet, en niet zo vaak. Maar ik eet die dieren nog steeds, met als enige argument dat ik het te lekker vind om niet te doen. En misschien is een ander argument dat het volgens mij veel beter is als iedereen minder vlees gaat eten, dan dat een klein groepje die-hard vegan is. Zwak, zeker als je hoort wat er allemaal op tegen is om vlees te eten.

Van de vijf minuten die we met Tim hadden is alleen onze quote dat we niet vegan zijn, overgebleven in de montage. Logisch. Achteraf is er dan alleen zo veel dat je eigenlijk wilt zeggen, maar daar zijn we helemaal niet belangrijk genoeg voor natuurlijk. De hele vegan scene roept bij veel mensen veel weerstand op, maar dat ligt denk ik vooral aan de vorm. Hun mening snijdt meer hout dan die van vegetariërs, hoewel dat natuurlijk ook al een goede stap is en beter dan dat ik doe. Want: door melk en kaas te eten zorg je net zo goed dat de hele vleesindustrie in stand wordt gehouden. Want die mannetjesdieren geven heus geen melk hoor, en die mogen ook niet ergens vrij blijven rondlopen tot ze zelf graag dood willen. Bij Zondag met Lubach werd gister even aandacht besteed aan het onderwerp ‘Minder vlees eten’. Dat is precies de toon die nodig is denk ik. Scherp, grappig en luchtig – maar wel heel goed onderbouwd en feitelijk. Dat laatste is vooral belangrijk, omdat emotie in dit onderwerp makkelijk de overhand neemt.

Voorlopig blijf ik hypocriet, vooral omdat ik zo blij ben dat ik alles weer mag eten van mezelf. Af en toe vlees en kaas vind ik zó lekker dat ik dat blijf eten. Heel egoïstisch. In ieder geval zal ik nooit, zoals Tim zei, vlees eten en dan niet door hebben dat het vlees is.

Tijd voor soep na dit lange verhaal.
Wortelsoep met karwij, een kruid dat ik pas helemaal heb ontdekt.
Helemaal vegan, tot je er een schepje ricotta in doet.
Hoeft niet, heb ik voor de foto wel gedaan.
De mooie servetten zijn trouwens van emma b, de prachtigste woonwinkel die ik ken.

Ingrediënten
Voor een pan soep

1 kilo winterwortels, in stukken
2 uien, in stukken
2 tenen knoflook, in stukken
1/2-1 rode peper (soms heb je van die pepers die smaken alsof het paprika is, dan moet er veel in – ken je peper)
1 eetlepel karwijzaad
+/- 1 1/2 liter groentebouillon (ik doe gewoon water en voeg afhankelijk van hoe veel dat is de blokjes toe – 1 per 1/2 liter)
kokosolie
zout en peper
optioneel: ricotta

Bereiding

1. Verhit wat kokosolie in een soeppan en voeg als het warm is de karwij toe. Als de zaadjes beginnen te poffen doe je de uien erbij, en een paar minuten daarna de knoflook en wortel. Bak even mee.
2. Blus af met bouillon, tot alles net onder staat. Breng aan de kook en pureer na ongeveer een half uurtje. Proef en breng op smaak met zout en peper.
3. Maak af met een schepje ricotta als je niet vegan eet. Wat geroosterde pitten is ook lekker, of een schepje kokosmelk. Heb je er helemaal geen dieren voor nodig.

 

Mungbonen met geroosterde wortel en kruidenolie

Mungbonensalade
Dit recept heb ik een beetje afgekeken van Ottolenghi, en van Eem die het voor het eerst maakte en er woest enthousiast over was. Ik heb het recept daarna een beetje aangepast aan mijn smaak en keukenkastjesinhoud, maar het blijft een fijn recept.

De mungbonen heb ik nu laten kiemen, twee dagen. Dat houdt zo veel in als ze laten weken in iedere dag vers water, tot er kleine witte puntjes verschijnen (die uiteindelijk uitgroeien tot taugé). Je verhoogt door het kiemen de voedingswaarde, en ze wáren al zo gezond. Mungbonen zijn licht verteerbaar, rijk aan eiwit en vitamine C; om maar eens wat te noemen.

Allemaal leuk en aardig, maar het moet natuurlijk vooral lekker.
Dat zit wel goed.

Ingrediënten
Voor 2 personen

150 gram mungbonen (gekiemd of gewoon zo)
3 winterwortels, in reepjes
olijfolie
scheutje witte wijnazijn
karwij-, venkel, mosterd- en korianderzaadjes (of een selectie daarvan)
1/2 eetlepel chilivlokken
1/2 teen knoflook, geraspt
zout naar smaak
rasp van 1 citroen
koriander

Optioneel: geitenkaas, feta of gepocheerde kip en iets groens (spinazie, rucola, snijbiet)

Bereiding
1. Kook de mungbonen. Als je ze gekiemd hebt, hoeft dat maar een minuut of 10. If not ongeveer 20-25 minuten. Giet af en zet opzij. Verdeel de wortel over een bakplaat, besprenkel met olie, zout en peper en rooster een half uurtje op 200 graden.
2. Verhit een scheut olijfolie in een koekenpan en voeg daaraan de kruiden toe. Bak een minuut of 3, tot ze poffen. Voeg de warme olie aan de mungbonen toe, samen met de knoflook, chilivlokken, azijn en zout.
3. Meng de bonen met de wortel, koriander (als je dat niet net als mijn zusje het vieste op aarde vindt) en citroenrasp. Proef of het op smaak is. Eet als lunch, of als diner met wat brood.

Zo is de salade vegan, maar met wat geitenkaas, feta of kip is het ook ontzettend lekker. Ik eet er ook graag wat extra groen bij.

Mungbonensalade