Categorie: salade

Mungbonen met geroosterde wortel en kruidenolie

Mungbonensalade
Dit recept heb ik een beetje afgekeken van Ottolenghi, en van Eem die het voor het eerst maakte en er woest enthousiast over was. Ik heb het recept daarna een beetje aangepast aan mijn smaak en keukenkastjesinhoud, maar het blijft een fijn recept.

De mungbonen heb ik nu laten kiemen, twee dagen. Dat houdt zo veel in als ze laten weken in iedere dag vers water, tot er kleine witte puntjes verschijnen (die uiteindelijk uitgroeien tot taugé). Je verhoogt door het kiemen de voedingswaarde, en ze wáren al zo gezond. Mungbonen zijn licht verteerbaar, rijk aan eiwit en vitamine C; om maar eens wat te noemen.

Allemaal leuk en aardig, maar het moet natuurlijk vooral lekker.
Dat zit wel goed.

Ingrediënten
Voor 2 personen

150 gram mungbonen (gekiemd of gewoon zo)
3 winterwortels, in reepjes
olijfolie
scheutje witte wijnazijn
karwij-, venkel, mosterd- en korianderzaadjes (of een selectie daarvan)
1/2 eetlepel chilivlokken
1/2 teen knoflook, geraspt
zout naar smaak
rasp van 1 citroen
koriander

Optioneel: geitenkaas, feta of gepocheerde kip en iets groens (spinazie, rucola, snijbiet)

Bereiding
1. Kook de mungbonen. Als je ze gekiemd hebt, hoeft dat maar een minuut of 10. If not ongeveer 20-25 minuten. Giet af en zet opzij. Verdeel de wortel over een bakplaat, besprenkel met olie, zout en peper en rooster een half uurtje op 200 graden.
2. Verhit een scheut olijfolie in een koekenpan en voeg daaraan de kruiden toe. Bak een minuut of 3, tot ze poffen. Voeg de warme olie aan de mungbonen toe, samen met de knoflook, chilivlokken, azijn en zout.
3. Meng de bonen met de wortel, koriander (als je dat niet net als mijn zusje het vieste op aarde vindt) en citroenrasp. Proef of het op smaak is. Eet als lunch, of als diner met wat brood.

Zo is de salade vegan, maar met wat geitenkaas, feta of kip is het ook ontzettend lekker. Ik eet er ook graag wat extra groen bij.

Mungbonensalade

Advertenties

Fregola met ingemaakte citroen en abrikozen

Ik was nooit zo pasta-ey, maar sinds ik samenwoon is dat een beetje veranderd.
Hij is namelijk gek op pasta, en eet het liever drie dan één keer per week.
We eten dan vaak verstandige volkorenpasta, van spelt of kamut bijvoorbeeld.
Dat laatste maakte hij deze week zelf, het recept daarvoor zal ik hem ontfutselen en hier delen.

Oók pasta, maar dan anders, is fregola. Of fregula, over de spelling is de wereld het niet helemaal eens.
Deze Sardijnse pasta leerden we ooit kennen dankzij Yvette, en doet een beetje denken aan parelcouscous.
Ik ontdekte dat naast Gran Sardegna ook Thull’s het verkoopt, op de Pretoriusstraat in Amsterdam.
Sowieso een goed excuus om daar eens te gaan kijken, want Simone verkoopt alleen maar lekkere dingen.

Deze salade bedachten we voor FoodWeLove (en daar maakten we ook deze foto), en blijft een van mijn lievelingsdingen.

IMG_3493

Ingrediënten
Voor 2 personen met leftovers voor de lunch de volgende dag.
Want dat wil je.

250 gram fregola (of vervang door parelcouscous)
handje abrikozen
handje pistache of amandelen (ongebrand en ongezouten), fijngehakt
1 ingemaakte citroen, de schil
1⁄2 theelepel kaneel
bosje platte peterselie
olijfolie
zout en peper

Bereiding

1. Kook de fregola ongeveer 8 minuten in gezouten water.
2. Rooster de pistache of amandelen in een droge koekenpan en hak in stukjes. Snijd de abrikozen en schil van de ingemaakte citroen in kleine blokjes.
3. Giet de fregola af en meng met een flinke scheut olie, kaneel, abrikozen en citroen. Breng op smaak met peterselie, zout en peper.
Fregula

Vietnamese salade met Nghia N Nghia ambitie

Veel te laat ontdekten we Nghia N Nghia, een Vietnamees restaurant dat op de Rozengracht in Amsterdam zat.
Veel te laat, omdat ze op zoek moesten naar een ander pand en wij dus maar een paar weken in de zevende Vietnamese hemel konden blijven.

Tot ze dat nieuwe pand gevonden hebben maak ik mijn eigen Vietnamees-achtige salades.
Fat chance dat het lijkt op die van hen, maar probeersels zijn soms ook best wel lekker.

Nghia N Nghia’s salade met kip, die daar Bún Grilled Chicken – Vietnamese Rotisserie chicken heet, is de lekkerste salade die ik ooit heb gegeten.
Toen we vroegen hoe ze de kip zo spicy, mals en goddelijk kregen was het antwoord iets met vijf verschillende bereidingen achter elkaar.
Niet persé iets dat je thuis even na-improviseert dus.

Deze salade komt niet echt in de buurt, maar levert wel een beetje hetzelfde gevoel op.
Samen met wat verse springrolls (daar had ik een dip bij gemaakt van wat lichte miso met water en limoensap) was het een perfecte maaltijd voor een warme zomeravond op een Utrechts balkon.
Ik maakte het de dag erna nog een keer maar dan met kip van De Vegetarische Slager. OOK lekker.

foto 2-9 Ingrediënten
Voor twee personen lunch of licht diner

2 BIO kipfilets
1 mango
handje munt
handje koriander
handje Thaise basilicum (want dat is bijna Vietnam)
3/4 komkommer
bio-bouillonblokje
3 bosuitjes
handje cashews of pinda’s

Dressing

6 eetlepels vissaus
1/2 eetlepel sesamolie
1/2 rode peper, fijngesneden
1/2 teen knoflook, geplet met je mes of in een vijzel
sap van 1 sinaasappel
sap van 1 limoen
1 sjalotje, fijngesnipperd
1 theelepel honing, palmsuiker of iets anders zoets

foto 1-8 Bereiding

1. Pocheer de kip. Doe dat door een pannetje met bouillon bijna aan de kook te brengen, de kip er in te leggen en het water weer tegen de kook aan te laten komen. Draai vervolgens het vuur uit en laat nog een minuut of 10 staan.
2. Snijd de mango en komkommer in blokjes, de bosui in ringen en snijd de kruiden fijn. Doe in een ruime kom. Maak de dressing door alle ingrediënten bij elkaar te doen en goed te mengen. Proef goed; de dressing moet zuur, zout en pittig zijn. Het zoet zorgt voor de balans. Pas waar nodig nog aan.
3. Pluk met je handen of snijd de kipfilet in de lengte in stukken en doe in de kom bij de rest. Overgiet met de dressing en laat het liefst even staan voor je gaat eten, zodat alle smaken kunnen intrekken. En oja: maak af met een handje cashews of pinda’s.

foto 3-7P.S voor puristen: salade met kip heet in het Vietnamees Bún Gà Rôti. Zelf gevraagd aan een van de Nghia’s.

How to eat the rainbow

Omdat ik kiezen wat ik wil eten altijd zo lastig vind, maak ik voor mezelf graag bordjes met van alles een beetje. Groenten (rauw en geroosterd), dips of iets kazigs en misschien nog iets van brood of peulvruchten als ik in een gekke bui ben: perfect.
Tijdens Restaurant Day maakten Em en ik ze ook, die bordjes. Ook de niet-salademensen vonden het heel lekker, juist door al die verschillende smaken waarschijnlijk.

Die bordjes hebben meer kleur dan mijn outfits ooit zullen hebben.
Regenbogen bijna.

Een recept is er niet, maar wat ideeën:

Regenboogsalade

Op dit bordje ligt rucola, dun geschaafde (of gesneden mag ook) venkel, wat kiemen, tomaten die ik eerst even heb gemarineerd in witte balsamico azijn, zoete aardappel en wortel uit de oven en een beetje ricotta met korianderzaadjes. Beetje olijfolie erover en wat zout en peper: klaar.  Die ricotta maakte ik nu toevallig zelf, naar recept van de leukste kookboekenmaakster van de wereld. En dat is veel minder gedoe dan je denkt. Gewoon kopen bij de supermarkt mag ook hoor.

Andere favoriete combinaties zijn kikkererwten, feta, citroenschil en dille met rucola / zoete aardappel en pompoen en spaanse peper uit de oven met linzen, snijbiet (of spinazie) en geitenkaas / quinoa of gierst met dungesneden venkel, avocado, pompoenpitten en kip van de Vegetarische slager.

De dips die ik op dit moment het liefste maak zijn van biet en feta, witte bonen met citroen en harissa en tuinerwten met avocado, maar en zijn er nog ongeveer een miljoen.

Oh, en de restjes groenten bewaar ik in een zakje in de vriezer, zodat ik er daarna bouillon van kan maken. Of niet, maar het voelt minder weggooierig. Sowieso zijn dit soort bordjes altijd uitstekend om je koelkast op te ruimen.

foto-8

Troostsla van boerenkool met avocado en kikkererwten

Als ik verdrietig ben ga ik koken.
Ook als ik ontzettend blij ben overigens, maar dat is weer een heel ander verhaal.

Niets zo troostrijk als pannen soep op het vuur of schalen in de oven als je het mij vraagt.
Comfort food noemen die Engelsen dat dan.

Oké, deze salade is geen soep of stew – troosttechnisch. Wel uitstekend om te eten als je op het punt bent dat je klaar bent met verdrietig zijn.

Ik maakte hem vandaag.

Als je geen zin hebt in pannen op het vuur kun je de boerenkool gewoon rauw gebruiken, en de ui weglaten. Ik maak altijd extra dressing, die blijft in de koelkast een hele poos goed.

2015-01-04_1420378167


Ingrediënten
Voor twee mensen met honger, of voor twee dagen

ongeveer 100 gram (gesneden) boerenkool
1 kleine ui, fijngesnipperd
1 blikje kikkererwten, afgespoeld
1/2 appel, in dunne partjes
optioneel: maanzaad

1/2 avocado
1/4 rode peper zonder zaadjes
1/2 teentje knoflook uit de pers
sap en rasp van 1/2 citroen
beetje komijn
beetje kaneel
zout
peper

Bereiding

1. Verhit een scheutje olijfolie in een koekenpan en fruit hierin de ui. Voeg na een paar minuten de boerenkool toe en laat op laag vuur staan. Schep af en toe om.
2. Maak de dressing door de avocado met de peper, knoflook, citroen en specerijen te pureren. Proef of er nog iets bij moet. Te zuur? Doe er dan een beetje honing, rijststroop of andere zoetstof bij.
3. Meng de boerenkool met de dressing en appel en bestrooi eventueel met maanzaadjes.

En dan lekker op de bank opeten, onder een dekentje. Heus wel troostend.